Vereffening-verdeling van nalatenschappen:
16 probleemstellingen

165,00 excl. btw

WEBINAR OP VRIJDAG 26 APRIL 2024

Tijdens deze webinar zal mr. Nathalie Labeeuw zeer concreet 16 probleemstellingen die zich kunnen voordoen bij een vereffening-verdeling van nalatenschappen aan een kritisch onderzoek onderwerpen, waarbij zij telkens haar visie zal geven vanuit een civielrechtelijk, en waar nodig, ook fiscaal oogpunt.

2 uren / 2 punten (OVB – IBJ – NKN – ITAA – FSMA – IGO)

Beschrijving

Tijdens deze webinar zal mr. Nathalie Labeeuw zeer concreet 16 probleemstellingen die zich kunnen voordoen bij een vereffening-verdeling van nalatenschappen aan een kritisch onderzoek onderwerpen, waarbij zij telkens haar visie zal geven vanuit een civielrechtelijk, en waar nodig, ook fiscaal oogpunt. Uiteraard wordt tijdens de uiteenzetting ook telkens, indien relevant, aandacht besteed aan het op 13 december 2023 ingediende Wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de verdeling en veiling van onverdeelde goederen.

 

U kan deze opleiding live volgen of achteraf bekijken, in beide gevallen ontvangt u een vormingsattest.

 

DATUM EN UUR
  • Vrijdag 26 april 2024
  • 15u – 17u

 

DOCENT
  • Mr. Nathalie Labeeuw, advocaat-vennoot Cazimir

 

PROGRAMMA

15u – 16u45 : uiteenzetting

Korte inleiding en overzicht van de basisbeginselen van de vereffening-verdeling van een nalatenschap

  • Basisbegrippen
  • De omzetting van erfrechtelijk vruchtgebruik: het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot en van de langstlevende partner
  • Het begrip ‘verdeling en het begrip ‘vereffening’
  • De problematiek van de heling
  • Inbreng van giften: schenkingen en legaten
  • Inbreng van schulden
  • Gevolgen van de verdeling

Volgende 16 knelpunten komen aan bod:

De omzetting van het erfrechtelijk vruchtgebruik.

  1. In het geval van een ‘gesplitste aankoop’ zal het onverdeelde vruchtgebruik bij overlijden van een van de ouders krachtens art. 3.141, vierde lid BW van rechtswege aanwassen bij dat van de langstlevende. Het is evenwel geen wettelijk vruchtgebruik, dus de omzetbaarheid kan conventioneel overeengekomen worden. De toepassing van art. 3.141, vierde lid BW is evenwel niet beperkt tot vruchtgebruik waarvan twee echtgenoten onverdeeld titularis zijn, maar ook wanneer deze bvb. een onverdeeld of gemeenschappelijk goed aan een kind geven, met voorbehoud van vruchtgebruik.
    De langstlevende kan dan beroep doen op het wettelijk toegekend opvolgend vruchtgebruik als op de wettelijk aanwas van art. 3.141, vierde lid BW.
    Maar welke regeling heeft dan voorrang en wat zijn de onderscheiden gevolgen?
  2. Art 3.161 BW voorziet in de mogelijke gerechtelijke omzetting van ieder ander wettelijk vruchtgebruik, maar specifieert niet. Over welk vruchtgebruik kan het dan wel gaan?
  3. In welke gevallen is ontneming van het omzettingsrecht uitdrukkelijk uitgesloten en in welke situaties kan de erflater het omzettingsrecht aan modaliteiten onderwerpen?
  4. Zijn de bepalingen inzake omzetting van vruchtgebruik en het vetorecht van de langstlevende echtgenoot m.b.t. de omzetting van het vruchtgebruik van de gezinswoning en de inboedel wel of niet van toepassing indien de gezinswoning niet volledig tot de nalatenschap van de eerststervende echtgenoot behoort en het ontbrekende breukdeel niet tot het vermogen van de langstlevende echtgenoot behoort?

De boedelbeschrijving.

  1. Mag een reeds opgestelde boedelbeschrijving (voorafgaandelijk aan de procedure vereffening en/of verdeling) gebruikt worden in de procedure vereffening en/of verdeling? Wat voorziet het wetsvoorstel van 13 december 2023?
  2. Partijen hebben het recht om af te zien van het opstellen van de boedelbeschrijving, voor zover zij gezamenlijk aan de notaris-vereffenaar aanduiden welke goederen afhangen van de te verdelen boedel. Dit veronderstelt echter dat alle partijen het zowel eens zijn over de afstand van de boedelbeschrijving als over de omvang van de te vereffenen of te verdelen boedel. Het Hof van Cassatie heeft evenwel op 6 januari 2022 erkent dat de verzaking van het opstellen van een boedelbeschrijving stilzwijgend kan gebeuren, en zelfs bij afwezigheid van een van de partijen.
    De impact van het wetsvoorstel van 13 december 2023 waarin wordt voorzien dat de verzaking door de partijen van de boedelbeschrijving “uitdrukkelijk” moet gebeuren.

De verdeling.

  1. In onderling overleg mogen de erfgenamen tot een voorschot op de te verdelen goederen of gelden overgaan (idem wat de gedeeltelijke verdeling betreft), maar wat als niet iedereen het hierover eens is, gezien er in deze situatie geen specifieke rechtsvordering voorzien is?
  2. Elke deelgenoot moet in zijn kavel zoveel mogelijk goederen krijgen die rechtsreeks uit de nalatenschap komen en iedere kavel moet ongeveer op dezelfde wijze worden samengesteld. Dit is evenwel niet evident inzake onroerende goederen: welke problemen rijzen er hier in de praktijk en hoe kunnen deze het best opgelost worden?
  3. De schuldeisers van de erfgenamen kunnen zich verzetten tegen het feit dat er buiten hun aanwezigheid om tot de verdeling wordt overgegaan, om te vermijden dat deze met miskenning van hun rechten plaatsvindt. Hierbij evenwel in acht nemend dat ze een voltrokken verdeling niet kunnen aanvechten, tenzij er hiertoe zonder hen werd overgegaan en ten nadele van een verzet dat ze zouden hebben geformuleerd.
    De nieuwe regel in het wetsvoorstel van 13 december 2023 voorziet een aanpassing om, voor zoveel als nodig, te bevestigen dat deze mogelijkheid eveneens toekomt aan de schuldeiser(s) van de reservataire erfgenaam waarvan de rechten beperkt worden tot een vergoeding in waarde, maar, wat deze schuldeisers betreft, binnen de grenzen van de rechten van hun schuldenaar (die, per hypothese, deelneemt aan de vereffening maar niet aan de verdeling).
  4. In het geval dat echtgenoten, die gehuwd zijn onder het stelsel van gemeenschap van goederen met een huwelijkscontract waarin een clausule is voorzien waarbij de volledige gemeenschap wordt toegewezen aan de langstlevende echtgenoot bij overlijden, is het logisch dat de langstlevende echtgenoot, die alleen recht heeft op deze goederen, zich niet in onverdeeldheid bevindt. Maar toch kan het ook hier nuttig zijn om een vereffening van de nalatenschap te doen en o.m. te berekenen wat de onderlinge vergoedingsrekeningen zijn (tussen de eigen vermogens van de echtgenoten en het gemeenschappelijk vermogen). Wat voorziet nu het wetsvoorstel van 13 december 2023?

Inbreng van schenkingen.

  1. De erflater kan zijn afstammeling-wettelijke erfgenaam van inbreng vrijstellen, maar kan hij ook afwijken van de regels inzake de modaliteiten van de inbreng? Is het in die context mogelijk een overeenkomst te sluiten tussen de erflater en de begiftigde?
  2. Kunnen de erfgenamen, na het openvallen van de nalatenschap, in onderling overleg van alle wettelijke regels inzake inbreng, ook van de dwingende opgelegde regels afwijken?
  3. Kunnen schuldeisers en legatarissen inbreng eisen?
  4. In welke gevallen kan de begiftigde aanbieden om het geschonken goed in natura in te brengen en kan de schenker hem hieromtrent iets opleggen of verbieden? Moeten de andere erfgenamen dit aanbod aanvaarden?
  5. Is het mogelijk dat een schenking die oorspronkelijk expliciet of impliciet als voorschot op erfdeel is gedaan, later nog wordt vrijgesteld van inbreng?

De gerechtelijke vereffening.

  1. De toepassing van de procedure van gerechtelijke verdeling veronderstelt, in principe, het bestaan (of ten minste de waarschijnlijkheid) van een onverdeeldheid tussen de partijen. Bij gebrek aan onverdeeldheid kan de procedure van gerechtelijke verdeling bijgevolg en dit volgens de meerderheidsrechtsleer niet worden toegepast. Deze problematiek stelt zich ook bij de minnelijke verdeling. Biedt het wetsvoorstel van 13 december 2023 nu een adequate oplossing?

16u45 – 17u : vraagstelling en einde

 

DOELGROEP
  • advocaten, notarissen, bedrijfsjuristen en magistraten
  • tussenpersonen in de bank- en beleggingsdiensten
  • financiële en algemene directies met goede vooropleiding
  • accountants, belastingconsulenten, bedrijfsrevisoren, fiscalisten

 

DEELNAMEPRIJS

€165 (excl. 21% btw) inclusief relevante documentatie.

Indien u beroep doet op de KMO-portefeuille, dient u enkel het BTW-bedrag over te schrijven. Voor de deelnameprijs, zijnde €165, kan u de KMO-portefeuille aanvragen. Het erkenningsnummer voor de KMO-portefeuille van LegalLearning is DV.O222464 (Fides Ganda BVBA).

 

ATTEST
  • OVB: 2 standaardpunten
  • IBJ: 2 punten
  • NKN: 2 uren
  • ITAA: 2 uren (Categorie A)
  • FSMA (500207 B): 2 punten bijscholing inzake bank- en beleggingsdiensten
  • IGO: erkend voor magistraten, gerechtelijke stagiairs en personeelsleden van de rechtelijke orde. Voor hen die zich inschrijven doch niet effectief aanwezig zijn neemt het Instituut voor gerechtelijke opleiding de eventuele kosten niet ten laste. Vervanging door een collega is evenwel toegestaan, die dan met vermelding van naam en functie tekent naast de naam van de vervangen collega.

 

PRAKTISCH

Na uw inschrijving krijgt u een bevestigingsmail voor uw deelname aan deze live-webinar. De factuur volgt later.

Enkele uren voor de start van deze webinar krijgt u per mail een inlogcode, samen met de slides en de documentatie.

Tijdens de webinar kunt via een chat-functie vragen stellen, die op het einde van de webinar in de mate van het mogelijke door de spreker(s) worden beantwoord.

Het attest wordt u na afloop per mail bezorgd en desgevallend door ons geregistreerd bij uw beroepsorganisatie.

Indien u verhinderd bent om live te kijken zal u deze webinar achteraf ‘on demand’ kunnen bekijken, mét vormingsattest

Andere suggesties…