Het nieuwe verbintenissenrecht: de impact voor de bouw- en vastgoedsector

160,00 excl. btw

WEBINAR OP 20 OKTOBER 2022

Prof. dr. Kristof Uytterhoeven heeft voor deze webinar een selectie gemaakt van een aantal nieuwigheden uit het nieuwe verbintenissenrecht die een weerslag hebben op de bouw- en vastgoedsector en door elke practicus van het vastgoedrecht goed moeten gekend zijn.

2 uren / 2 punten (OVB – IBJ – NKN – BIV – ITAA – Sam-Tes – IGO)

Beschrijving

Voor deze webinar heeft prof. dr. Kristof Uytterhoeven een selectie gemaakt van een aantal nieuwigheden, die vervat zitten in de wet van 28 april 2022 houdende Boek 5 Verbintenissen, wet die op 1 januari 2023 in werking treedt.

Uiteraard heeft Boek 5 ook een weerslag op de bouw- en vastgoedsector, waarbij de draagwijdte van bepaalde wijzigingen door elke practicus van het vastgoedrecht goed moeten gekend zijn.

Enerzijds is het noodzakelijk om bij de redactie van nieuwe contracten of de wijziging van bestaande contracten de juiste beslissingen te nemen en anderzijds dient de practicus zich ook de vraag te stellen in welke mate dat dit nieuwe verbintenissenrecht een impact heeft op bestaande contracten of onderdelen van die contracten.

 

U kan deze opleiding live volgen of achteraf bekijken, in beide gevallen ontvangt u een vormingsattest.

 

DATUM EN UUR
  • Donderdag 20 oktober 2022
  • 15u – 17u

 

DOCENT
  • Prof. dr. Kristof Uytterhoeven, advocaat-vennoot Caluwaerts Uytterhoeven / hoofddocent verbonden aan de faculteit Architectuur KULeuven

 

PROGRAMMA

Het nieuwe verbintenissenrecht treedt in werking op 1 januari 2023, maar is alleen van toepassing voor rechtshandelingen en feiten van na die datum.

Volgens art. 64, tweede lid van de wet van 28 april 2022 is het nieuwe boek 5 echter niet toepasselijk op de toekomstige gevolgen van rechtshandelingen en feiten van voordien, zelfs als de nieuwe regel van dwingend recht of openbare orde is, noch op rechtshandelingen en rechtsfeiten die hebben plaatsgevonden na de inwerkingtreding van deze wet en die betrekking hebben op een verbintenis ontstaan uit een rechtshandeling of rechtsfeit dat heeft plaatsgevonden voor de inwerkingtreding van deze wet. Het is evenwel mogelijk om van dit tweede lid contractueel af te wijken. Wat met bvb aannemingscontracten die aangepast worden, verlengd, overgedragen worden of waarvan bepaalde onderdelen gewijzigd worden? Is het aan te raden het nieuwe verbintenissenrecht contractueel van toepassing te verklaren of juist eerder niet?

 

Volgende 10 nieuwigheden worden vervolgens stap voor stap besproken, met telkens de link naar de bouw- en vastgoedsector:

 

Precontractuele informatieverplichtingen en precontractuele aansprakelijkheid

Welke informatieverplichtingen rusten op partijen tijdens de precontractuele fase? Hoe wordt de miskenning van deze precontractuele informatieverplichtingen gesanctioneerd? Bij precontractuele aansprakelijkheid moet de toegekende schadevergoeding het slachtoffer in de situatie plaatsen alsof er niet zou zijn onderhandeld, maar indien er een rechtmatig vertrouwen is gewekt dat het contract zonder enige twijfel gesloten zou worden, kan de toegekende schadevergoeding worden gebaseerd op de netto-voordelen uit het niet-gesloten contract. Verandert dit nu iets voor bouw- en vastgoedovereenkomsten?

Beide partijen verwijzen naar hun eigen algemene voorwaarden waarvan de inhoud tegenstrijdig is (battle of forms)

In de “battle of the forms” tussen tegenstrijdige algemene voorwaarden wordt de “knock-out”-regel toegepast: beide algemene voorwaarden zijn van toepassing, met uitzondering van de onverenigbare clausules, die aan beide kanten worden uitgeschakeld. Om dit mechanisme te voorkomen, kan een partij in haar aanbod of aanvaarding op uitdrukkelijke wijze aangeven dat zij niet wil gebonden zijn door een overeenkomst indien (sommige van) haar algemene voorwaarden niet toepasselijk zouden zijn. Maar wanneer leidt dit dan tot ‘misbruik van omstandigheden’?

Het verbod van kennelijk onevenwichtige bedingen

Elk beding waarover niet kan worden onderhandeld en dat een kennelijk onevenwicht schept tussen de rechten en plichten van partijen is onrechtmatig en wordt voor niet geschreven gehouden. Maar wat is nu de verhouding tussen het nieuwe verbintenissenrecht van 28 april 2022 en de B2B-wetgeving van 4 april 2019?

Welke wetgeving zal nu voorrang hebben, want er zijn toch duidelijk heel wat conflictmogelijkheden? Zo is bvb. het algemeen verbod op onrechtmatige bedingen in Boek 5 enkel geldig voor toetredingscontracten, terwijl de B2B-wet onbeperkt van toepassing is op zowel toetredings- als onderhandelde contracten.

 Sancties die eenzijdig, op schriftelijke kennisgeving, in werking kunnen worden gesteld: toepassing in de bouw- en vastgoedsector

    • De mogelijkheid tot nietigverklaring, behoudens contracten vastgelegd bij notariële akte
    • De buitengerechtelijke ontbinding op kennisgeving en de ontbinding wegens anticipatory breach (of de sanctie bij gevreesde of geanticipeerde contractuele tekortkomingen)
    • Vervanging van de schuldenaar
    • Prijsvermindering

Kwalificatie van gemengde contracten

Hoe worden gemengde contracten gekwalificeerd? Wat zijn de gevolgen dat per beding het toepasselijk recht speelt tenzij in het geval van bijkomstige bedingen, waar er toch absorptie is door het hoofdcontract?

Nietigheidsregeling

Welke regels bevat het boek 5 NBW over de nietigheid van contracten en wat zijn de gevolgen hiervan op contracten in de bouw- en vastgoedsector?

Imprevisieleer versus overmacht

    • Overmacht maakt de uitvoering van een verbintenis onmogelijk, de imprevisieleer veronderstelt dat de uitvoering van het contract buitensporig wordt bezwaard.
      Dit is wel aanvullend recht: partijen kunnen dus de mogelijkheid tot heronderhandeling contractueel uitsluiten of wijzigen, maar hier speelt wel het risico op rechtsmisbruik. Kritische analyse.
    • Wat is het onderscheid met prijsherzieningsclausule in aannemingscontracten? Bij prijsherzieningsclausules is immers niet vereist dat de uitvoering van de overeenkomst aanzienlijk wordt verzwaard.

Exoneratie– of bevrijdingsbedingen

    • Boek 5 bevat de gecodificeerde jurisprudentiële regels inzake exoneratiebedingen, maar bepaalt ook dat het beding dat de schuldenaar bevrijdt van de zware fout die hijzelf of via een tussenpersoon begaat voor niet geschreven wordt gehouden als die fout het leven of de fysieke integriteit van een persoon aantast.
    • Exoneratie- of bevrijdingsbedingen zijn in principe geldig, maar mogen niet zo ruim zijn geformuleerd dat ze het contract volledig ondergraven, want dan verliezen ze hun werking.
    • Hulppersonen op wie beroep wordt gedaan, genieten mee van de bescherming van het bevrijdingsbeding uit het hoofdcontract: concrete gevolgen voor de praktijk.

Exceptie van niet-uitvoering (Enac)

De exceptie van niet-nakoming (exceptio non adimpleti contractus of ENAC), een drukkingsmiddel dat in een overeenkomst kan gehanteerd worden tegen de partij die haar verbintenissen niet nakomt, is in de bouwpraktijk een veel voorkomend drukkingsmiddel. De Enac is nu gecodificeerd: is het nu aangewezen de contractuele bepalingen hieromtrent aan te passen?

Postcontractuele verbintenissen

    • Boek 5 voorziet dat de beëindiging van het contract geen gevolgen heeft voor de verbintenissen en bedingen die, gelet op de bedoeling van de partijen en op de grond van tenietgaan, zijn bestemd om van toepassing te blijven gedurende de door de partijen overeengekomen termijn of, bij gebreke daarvan, gedurende een redelijke termijn. De wet, de goede trouw of de gebruiken kunnen ook verbintenissen opleggen na het einde van het contract.
    • Is dit een nieuw gegeven waar men rekening moet houden of eerder een bevestiging van wat reeds van toepassing was?

16u30 – 17u: vraagstelling

 

DOELGROEP
  • advocaten, notarissen, bedrijfsjuristen, magistraten
  • vastgoedmakelaars, bouwpromotoren, architecten
  • accountants, belastingconsulenten, bedrijfsrevisoren, fiscalisten
  • (kandidaat)gerechtsdeurwaarders
  • bestuurders, financiële en algemene directies met grondige voorkennis

 

DEELNAMEPRIJS

€ 160 (excl. 21% btw), inclusief uitgebreide documentatie.

Indien u beroep doet op de KMO-portefeuille, dient u enkel het BTW-bedrag over te schrijven. Voor de deelnameprijs, zijnde €160, kan u de KMO-portefeuille aanvragen. Het erkenningsnummer voor de KMO-portefeuille van LegalLearning is DV.O222464 (Fides Ganda BVBA).

 

ATTEST
  • OVB: 2 standaardpunten
  • IBJ: 2 punten
  • NKN: 2 punten
  • BIV: 2 uren
  • ITAA (Categorie A): 2 uren
  • Sam-Tes: 2 punten
  • IGO: aanvraag ingediend

 

PRAKTISCH

Na uw inschrijving krijgt u een bevestigingsmail voor uw deelname aan deze live-webinar. De factuur volgt later.

Enkele uren voor de start van deze webinar krijgt u per mail een inlogcode, samen met de slides en de documentatie.

Tijdens de webinar kunt via een chat-functie vragen stellen, die op het einde van de webinar in de mate van het mogelijke door de spreker(s) worden beantwoord.

Het attest wordt u na afloop per mail bezorgd en desgevallend door ons geregistreerd bij uw beroepsorganisatie.

Indien u verhinderd bent om live te kijken zal u deze webinar achteraf ‘on demand’ kunnen bekijken, mét vormingsattest.

Andere suggesties…